we liepen langs de rivier
in de bomen hing de maretak
als zachte lichtjes in een kroon
poogde ik wat romantiek
dat zijn parasieten en
die boom gaat dood
beet jij
we reden naar je thuis
een lange kale weg
gepleisterd met vrienden
die met het leven vochten
en van een boom verloren
altijd in een zaterdagnacht
altijd met twee promille
altijd met honderdtwintig
nee tegen een bocht
en rechtdoor gestorven
het altaar voor je broer
de zee van lege kamers
in het huis voor iedereen
waar niemand wilde wonen
wat hebben we gelachen

Geen opmerkingen:
Een reactie posten